Konijnen

Of een konijn ziek wordt hangt van veel factoren af. Wij besteden veel tijd en aandacht aan het voorkomen van ziektes bij konijnen. Een goed voedingadvies bijvoorbeeld en preventieve vaccinaties tegen myxomatose en VHD en preventieve sterilisatie om baarmoederhalskanker te voorkomen.

En als u dan toch een ziek konijn heeft dan moet u snel zijn. Want een konijn is een vluchtdier en zal niet snel vertonen dat hij pijn heeft of verzwakt is. Een konijn kan niet praten. Wij praten met u en kijken naar het konijn. Kijken doen wij met de ogen, met de handen en zelfs met onze neus. Hiervoor worden de meest gunstige omstandigheden gecreëerd, rust in de spreekkamer, een assistente om de het konijn vast te houden, goede belichting, het juiste instrumentarium en natuurlijk tijd voor u en voor het konijn. En als het nodig is kijken wij verder. We hebben de mogelijkheden om verder onderzoek te doen, zoals het maken van röntgenfoto’s, echo, bloedonderzoek.

Lees hier meer over gezondheidszorg bij het konijn en over de zorg die wij u kunnen bieden in de kliniek.

Voeding

DE SCHIJF VAN VIJF VOOR HET KONIJN

Dieetadvies voor konijnen
De gezondheid van een konijn is voor een groot deel afhankelijk van de voeding die we geven. Veel problemen, zoals onvoldoende werking van de darmen en het doorgroeien van de kiezen kunnen geheel of gedeeltelijk voorkomen worden door het geven van goede voeding. Daarom hebben we ook voor konijnen de schijf van vijf samengesteld.

1. Water
Vers schoon water moet altijd ter beschikking staan. Een konijn drinkt ongeveer 50 ml per kilogram lichaamsgewicht per dag. Maar sommige konijnen spelen met hun waterfles of drinken meer uit verveling. Meer drinken kan ook op gezondheidsproblemen duiden.

2. Hooi
Hooi vormt de basis van de voeding. Konijnen eten bijna de hele dag door. Ze hebben structuur nodig in de voeding en dat zit veel in hooi. Structuur in voeding zorgt voor een goede darmwerking. Daarom zal er vierentwintig uur per dag hooi voor het konijn tot hun beschikking moeten staan.

3. Brokjes
De meest lekkere maaltijden zijn verkrijgbaar in dierenspeciaalzaken. Wij adviseren om géén granenmix te geven. Konijnen zoeken daar de lekkerste hapjes uit en laten de brokjes – waar juist de goede voedingsstoffen inzitten – staan. Je kan dat bijvoorbeeld vergelijken met een mens die alleen maar friet en frikadellen eet. Daarom is het beter eenvoudige brokjes te geven. Brokjes die allemaal hetzelfde zijn. Dan maakt het niet uit welk brokje het konijn uitkiest, de goede voedingsstoffen komen in ieder geval binnen.

Niet alle merken konijnenvoeding hebben dezelfde kwaliteit. Ons advies is om te kiezen voor de geëxtrudeerde brokjes. Deze hebben een goede samenstelling, zijn zeer smakelijk en bevatten in tegenstelling tot de gewone biks veel vezels. Science Selective Rabbit voldoet aan alle eisen en is bij ons verkrijgbaar.
Een konijn mag 20 gram brokjes per kilogram lichaamsgewicht eten per 24 uur. (Voor Science Selective  Rabbit komt 20 gram overeen met 2 ½ eetlepel.) Als je meer geeft vergeet het konijn hooi en groenvoer te eten, terwijl dat juist zo belangrijk voor hem is. Jonge konijnen, tot zes maanden leeftijd en konijnen die ouder zijn dan zes jaar mogen meer brokjes hebben.

4. Groenvoer
Groenvoer is een belangrijke aanvulling op hooi. In groenvoer zitten weinig koolhydraten en veel structuur. Konijnen die niet gewend zijn om groenvoer te krijgen kunnen diarree krijgen als de hoeveelheid die gegeven wordt te groot is. Begin daarom met bijvoorbeeld één blaadje van een paardenbloem en kijk wat er met de ontlasting gebeurt. Zo kan je iedere dag een beetje meer groenvoer geven. Konijnen zijn dol op wilgentakken, paardenbloemblaadjes, peterselie, wortels, andijvie, broccoli, sla, venkel, bleekselderij, selderieknol, koolrabi, witlof, veldsla, waterkers, boerenkool, paksoy en het loof van wortelen.

Gras moet in het basispakket zitten. In gras zit ook weer veel structuur, maar gras bevat ook bepaalde zuren waardoor de kiezen goed slijten en de vorming van haken op de kiezen vertraagd of voorkomen kan worden. Groenten die je niet moet geven zijn: prei, ui, bieslook, bonen, erwten, maïs en rauwe aardappelen. Een teveel aan koolsoorten en bladgroente kan buikpijn veroorzaken.

5. Verwennerij

Fruit is lekker als verwennerij. Bedenk dat fruit veel suiker bevat. Teveel fruit is dus niet goed. Een konijn mag appel, peer, banaan, aardbei, kers, kiwi, eigenlijk alles wat hij lekker vindt, eten. Citrusfruit mag wel maar wordt door de meesten minder gewaardeerd. Speciale konijnensnoepjes zijn prima om het konijn te verwennen.

Wennen
Nieuwe voeding kan buikpijn veroorzaken als je plotseling overstapt van de ene naar de andere voeding. Neem een week de tijd om steeds een beetje meer van de nieuwe voeding en een beetje minder van de oude voeding te geven.

Groente en fruit kunnen ook klachten geven als het konijn niet gewend is om dit te eten. Begin dus altijd met het geven van kleine hoeveelheden.
Aan hooi hoeft een konijn niet te wennen. Een konijn kan nooit tevéél hooi eten.

Smakelijk eten!

Sterilisatie

Sterlisatie/castratie konijn
Een konijn kan al vruchtbaar zijn op 3-5 maanden leeftijd. Castratie of sterilisatie is de aangewezen behandeling om voortplanting te voorkomen. Wanneer er geen nakomelingen gewenst zijn kunt u mannetjes en vrouwtjes het best op vroege leeftijd van elkaar scheiden.

Sterilisatie/castratie voedster
Met sterilisatie van het vrouwtjes konijn bedoelen wij de operatie die in volksmond sterilisatie wordt genoemd. Het is eigenlijk een verkeerde benaming, bij een vrouwtjes konijn zou je ook moeten spreken van castratie. Bij deze operatie worden zowel de eierstokken als de baarmoeder en de baarmoederhals verwijderd.
Sterilisatie van een vrouwelijk konijn is mogelijk vanaf 6 maanden leeftijd. De meest optimale leeftijd is echter op 1 jaar leeftijd, dan is de operatie voor de dierenarts praktisch makkelijker uit te voeren en brengt het minder risico’s mee.
Wanneer u twijfelt om het mannetje of het vrouwtje te laten opereren adviseren wij – om medische redenen – om in ieder geval het vrouwtje te laten steriliseren. Een vrouwtjes konijn heeft namelijk grote kans op baarmoederkanker: 50-75% van de konijnen die niet gesteriliseerd worden heeft op 5-jarige leeftijd al kwaadaardige baarmoedertumoren.
Konijnen hebben een andere weefselstructuur, een andere anatomie en reageren anders op narcose dan honden en katten. Opereren zonder gasnarcose is niet van deze tijd! Ook de nazorg en pijnstilling behoeven veel aandacht en dragen bij aan een beter en sneller herstel.

Voordelen sterilisatie
– Niet meer vruchtbaar
– Geen kans meer op baarmoedertumoren
– Geen kans meer op baarmoederhalstumoren
– Geen schijndracht meer
– Geen baarmoederontsteking meer mogelijk
– Minder vechtlust

Nadelen sterilisatie
– Operatie nodig, er is tijd en zorg nodig voor herstel.
– Narcoserisico. Lees hierover meer in het hoofdstuk over operatie en narcose. Wij doen er alles aan om dit risico tot een minimum te beperken.
De operatie dient te worden uitgevoerd door een dierenarts die veel ervaring heeft met het opereren van konijnen.

Castratie Rammelaar
Ook een mannetjes konijn kan op 3-5 maanden leeftijd al vruchtbaar zijn. Er zijn meerdere redenen om een mannetjes konijn te laten castreren. De meeste mannetjes worden gecastreerd om te voorkomen dat er kleine konijntjes komen. Maar mannetjes kunnen ook agressief gedrag gaan vertonen ten opzichte van mensen en soortgenoten, hypersexueel zijn en ze kunnen sproeien in huis. Deze onaangename gewoontes worden in de regel minder of verdwijnen na de castratie.
Houdt er echter wel rekening mee dat een konijn tot 6-8 weken na de castratie nog vruchtbaar is.
Castratie van het mannetjes konijn kan vanaf 6 maanden leeftijd. De ingreep is eenvoudiger dan de sterilisatie van een konijn en een mannetjeskonijn is meestal eerder hersteld van de operatie. Wanneer er gebruik wordt gemaakt van de juiste narcose, goede pijnstilling en wanneer de dierenarts kundig is in het opereren van konijnen loopt u bij het laten castreren van een konijn weinig risico. Lees meer hierover in het hoofdstuk over operatie en narcose.

Ziekten

VIRAL HAEMORRHAGIC DISEASE (VHD)

VHD is een zeer besmettelijke ziekte die veroorzaakt wordt door een calicivirus. Deze ziekte heeft net als myxomatose meestal een dodelijk verloop. Er worden ook wel andere benamingen gebruikt zoals VHS, RHD of konijnenziekte.

Verspreiding
De ziekte verspreidt zich via direct contact tussen konijnen, maar ook via ontlasting, door stekende insecten, via besmet materiaal en besmette voeding zoals vers gras. Zelfs uw eigen schoenzolen kunnen het virus meedragen.

Symptomen
De incubatietijd is kort, één tot drie dagen na de besmetting kunnen er al symptomen optreden. Kenmerkend voor deze ziekte is het ontstaan van bloedingen. Bloederige diarree en bloedneuzen worden vaak gezien. Het konijn zal stilletjes zijn, stoppen met eten en zich terugtrekken. Meestal zien we koorts, benauwdheid, en tekenen van ongemak. Er kan ook een heel acuut verloop zijn, waarbij geen enkel symptoom gezien wordt. Het konijn overlijdt plotseling zonder dat u iets van ziekte heeft kunnen zien.

Behandeling
Er bestaat geen goede therapie voor VHD. Als de symptomen mild zijn (wat echter zeer zelden het geval is), kan er geprobeerd worden een behandeling in te stellen. Er worden pijnstillers en vitaminen toegediend en u zal moeten zorgen dat het konijn blijft eten. Helaas verloopt de ziekte in bijna alle gevallen dodelijk ondanks de ingestelde therapie.

Hoe kun je de ziekte voorkomen?
Voorkomen van VHD kan alleen door het konijn jaarlijks te laten vaccineren.
De eerste vaccinatie mag vanaf een leeftijd van 8 weken gegeven worden. Zeven dagen na deze vaccinatie heeft het konijn een goede bescherming tegen VHD. De vaccinatie mag niet aan zieke konijnen worden toegediend. Drachtige of lacterende konijnen mogen deze vaccinatie wel hebben.

Wanneer de ziekte is geconstateerd nadert de kans op besmetting voor andere konijnen in de omgeving de 100%. Het duurt drie maanden voordat het virus zelf niet meer in de omgeving aanwezig zal zijn. Preventieve maatregelen anders dan vaccinatie zijn niet zinvol.

Voorkomen is beter dan genezen!

MYXOMATOSE

Myxomatose wordt veroorzaakt door een virus: het Myxomavirus, een virus behorend tot de pokkenvirussen.

Verspreiding
Myxomatose wordt met name verspreid door stekende insecten zoals vlooien en muggen. Mogelijk is ook besmetting via direct contact met besmette dieren of materialen mogelijk, maar daar zijn de meningen over verdeeld.

Symptomen
De tijd tussen besmetting en de eerste symptomen is enkele dagen tot twee weken.
De ziekte kenmerkt zich door zwelling van de oogleden, snuit, oren en rondom de geslachtsorganen. Deze knobbels noemen we myxomen. Ze kunnen zich in ernstige gevallen over het hele lichaam verspreiden. Binnen afzienbare tijd zal er ook een longontsteking ontstaan, het konijn wordt benauwd. Myxomatose is een dodelijke aandoening, de meeste besmette konijnen sterven. De tijd die verstrijkt voordat een besmet konijn overlijdt kan variëren van enkele uren tot maanden. Bij een intensieve behandeling die tijdig gestart wordt is er een kleine overlevingskans.

Behandeling
Het virus zelf kan niet bestreden worden. Indien de ziekte optreedt is de belangrijkste therapie: het konijn zo goed mogelijk verzorgen.Zorg dat het konijn blijft eten, dan kan als het nodig is door te dwangvoeren. Verder zal de pijn bestreden moeten worden door een goede pijnstiller te geven. Secundaire bacteriële infecties kunnen behandeld worden met antibiotica en oogzalf. Het kan weken tot maanden duren voordat het konijn volledig genezen is.

Hoe kun je de ziekte voorkomen?

 Probeer insecten te weren uit de hokken door het gebruik van horren of fijnmazig gaas.

 Bestrijd vlooien met behulp van advantage of stronghold. Voorkom contact met egels. Andere huisdieren zoals katten en honden kunnen de vlooien overbrengen. Katten en honden dienen ook tegen vlooien behandeld te worden.
Zorg voor een goede hygiëne.
Zorg bij verdenking van myxomatose dat konijnen geen onderling contact hebben. Laat uw konijn preventief vaccineren tegen de ziekte in het voorjaar en in het najaar. Let wel dat drachtige of zieke konijnen niet gevaccineerd mogen worden. Vaccinatie is mogelijk vanaf vier weken leeftijd. Dwergkonijntjes mogen pas vanaf drie maanden leeftijd een myxomatose-vaccinatie krijgen.

Voorkomen is beter dan genezen!

Operatie en narcose

Konijnen zijn zeer gevoelige dieren. De organen zijn relatief week, hun botten bevatten in verhouding minder calcium en een konijn heeft veel meer narcose middel nodig om een goed anaesthesie te verkrijgen. Bij operatie en narcose loopt een konijn een hoger risico op complicaties dan een hond of een kat. Daarom is de juiste zorg tijdens de operatie en de juiste vóór- en nazorg erg essentieel.

Vóór de operatie

Vóór de operatie verzoeken wij u op de volgende punten te letten:

* Konijnen en knaagdieren mogen nìet nuchter gehouden worden, geef ze hun normale voeding tot vlak voor de afspraak.
* De kooi waarin het dier gebracht wordt moet schoon en droog zijn. Leg een oude handdoek of kranten op de bodem, liever geen hooi, stro of zaagsel.
* U mag voor het lievelingskostje van uw konijn of knaagdier meegeven, zodat uw konijn of knaagdier na de operatie weer snel gaat eten.
* Wanneer uw huisdier medicijnen gebruikt, overleg dan van te voren met ons of die medicatie gegeven mag worden.
* De meeste dieren mogen direct na de operatie, zodra ze goed wakker zijn, weer mee naar huis. Zorg dat u in de buurt bent en dat u telefonisch bereikbaar bent op de dag van de operatie.

Tijdens de operatie

de operatie wordt de narcose van het konijn goed bewaakt door een ervaren anaesthesie-assistente. Wij maken gebruik van gasnarcose in combinatie met een zeer goed pijnstilling.  Het voordeel van gasnarcose is dat het veiliger is omdat de dosering constant bijgesteld kan worden, de reactie van het lichaam op het bijstellen gaat heel snel.

Onze dierenartsen hebben beiden veel ervaring met het opereren van konijnen.  U kunt bij ons terecht voor sterilisatie en castratie van konijnen, maar ook onder andere wondherstel, darmoperatie, blaasoperaties, behandeling van abcessen en amputatie is mogelijk. Indien mogelijk worden de hechtingen onder de huid geplaatst zodat het konijn er zelf niet aan kan knagen.

Na de operatie

Na de operatie wordt het konijn warm gehouden en wij beschikken over een zuurstofkooi. Tevens krijgt het konijn een injectie die ervoor zorgt dat de darmen weer vlot gaan werken. Wij zullen ervoor zorgen dat het konijn zo snel mogelijk weer gaat eten. Een goede pijnbestrijding is draagt bij aan een sneller en beter herstel. Een snelle recovery is voor konijnen letterlijk van levensbelang.

Als het konijn goed wakker is dragen wij de zorg aan u over. Thuis kunt u zorgen voor een schone kooi, waar geen normale bodembedekking in ligt. Er mag wel bijvoorbeeld een oude handdoek of kranten in de kooi liggen. Zo kan er geen vuil in de wond komen. Een warm en rustig plekje zal het konijn de eerste twee dagen zeer op prijs stellen, u kunt hiertoer een kruik in de kooi leggen. Een konijn mòet direct na de operatie aan het eten gaan, als dat niet vanzelf gaat zult u het konijn met een pipetje dwangvoer (Critical care of Science Selective) moeten ingeven. Hou goed de wond in de gaten, er mag geen bloed uitkomen. Verder mag het konijn niet sloom zijn en koud aanvoelen. Een algemene richtlijn is dat u vanaf dat u het konijn ophaalt een stijgende lijn in het herstel zal moeten zien.

Indien u twijfelt over het herstel na de operatie twijfel dan niet om telefonisch contact met ons op te nemen. Er is 24 uur per dag een dierenarts bereikbaar.